| home | boat | crew | contact | translate site
 

voorbereiding

planning

projecten

links/foto's

wensenlijst

de route

logboek/pech

zeilen vertrekkers

  Panoramix wereldreis | logboek

U.S. Maagden Eilanden  mei 2011:

Met ons Amerikaans visum kunnen we nu ook naar de USVI (United States Virgin Islands). Bij het inklaren op St. John gaat het er Amerikaans aan toe. Kort geschoren jonge douane beambten bekijken al je papieren heel formeel. We moeten onze vingerafdrukken scannen, en ja hoor, we zijn het echt en mogen het land in.
  
 De meeste mensen hebben dit beeld van ons, overal aan de rumpunch.

Het doet hier minder Caribisch aan. Het relaxte van de andere eilanden mis je hier. In het restaurant wordt je geacht snel door te eten. Zo serveren ze het hoofdgerecht al terwijl we nog halverwege de soep zijn. De obers stellen zich hier voor aan de gasten, en dus roepen we Jennifer terug of ze het hoofdgerecht nog even terug wil nemen tot we klaar zijn met de soep. Als in een pretpark hebben ze hier in de baai een onderwater snorkelroute met bordjes op de bodem waarop de namen van de koralen en vissen staan. Als we even op een stukje zand gaan staan om de duikbril schoon te maken, klinkt er vanaf de kant door een megafoon "Snorkelers please don't stand on the coral". De hele baai kijkt verschrikt op en dan zien we mensen naar ons wijzen en horen we "They were standing on the coral". Nou gezellig hoor!

 

Op de USVI rijden de auto's ook links en hebben een links stuur. Het links rijden is nog een erfenis van de Denen, die de eilanden tot de eerste wereldoorlog bezaten. Het busvervoer bestaat uit zogenaamde safari taxi's. Dat zijn grote Amerikaanse pickup trucks met een bak achterop, waar tot 15 personen in kunnen zitten. Je betaald $ 2 ongeacht de afstand. Zo gaan we naar Charlotte Amalie, de hoofdstad van St. Thomas, om belastingvrij te shoppen. In het hoogseizoen ligen hier vele cruiseschepen en het wemelt dan ook van de juweliers, diamantairs, parfum- en drankwinkels. De oude Deense straatjes zijn nu opgenomen in een airconditioned shopping mall. Paula koopt hier een nieuwe e-reader van Pandigital. Het is een soort Ipad en hiermee kun je ook in het donker lezen. De huidige e-reader uit Nederland krijgt steeds meer kuren, en zo hebben we gelijk een reserve. Wanneer wij aan het strand onder de bomen een punch drinken, zit ineens naast ons op een boomtak een leguaan. Wanneer we over straat lopen zien we de leguanen regelmatig op het gras en de straten lopen.
  
   Op St. John komen we een van de vele leguanen tegen.

We liggen een paar dagen in Red Hook en gaan er nog even snorkelen. Ik vind een grote kreeft onder een steen, maar het beest weet zich zo diep te verstoppen, dat ik hem er niet uit krijg. Even verderop zwemt een schildpad. Het dier is niet bang en ik kan een paar close-up foto's maken.
  

Het plan om via Bermuda naar Noord Amerika te gaan, moeten we laten varen. Er is te veel of verkeerde wind de komende dagen. De wind is wel gunstig om naar Chesapeake Bay te gaan, 1350 mijl weg. We vertrekken zondagmorgen 5 juni voor een oversteek van 10-12 dagen. Volgens de immigratie officer hoeven we niet uit te klaren, want we blijven binnen de US. Voor de zekerheid vraag ik toch maar om een uitklaringsbewijs.
 
     De Amerikaanse vlag kan blijven zitten tot de USA.

Ons bijbootje "Idéfix" moet weer aan dek voor deze tocht. Na 2 maanden in het warme Caribische water, is er wat aangroei ontstaan. In de baai bij St.John keert Pim het bootje om en borstelt de aangroei zoveel mogelijk weg.
  


Na een dag varen komen we bij de Puerto Rico Trench. Ik vraag aan Paula of ze enig idee heeft hoe diep het hier is. Als ik antwoord dat het hier 8 km diep is, zegt Paula "dus als je hier iemand in het water gooit, wordt hij nooit meer gevonden". Eh...,Ja.. dus, geen ruzie krijgen en overboord worden gegooid.

De eerste twee dagen varen we net voor een aankomend lagedrukgebied langs. Dit gebied geeft 40 knopen wind in de USVI en die harde wind ontwijken we zo mooi. Omdat we deels door de kern van het lagedrukgebied varen, moeten we wel 36 uur motoren. Vanaf hier hebben we gunstige wind van 12-18 knopen voor het verdere traject. Prima zeilweer!

Onderweg is er weer alle tijd om een visje te gaan vangen. Op dag drie varen we 6-7 knopen halve wind. Een prima snelheid om te slepen met een opervlakte aasvis. Ik gebruik een donkerblauw inktvisje met zilveren glimmers. Ik houd de lure vlak bij de boot ca. 30 meter. Na 2 uur is het raak. De vislijn gaat helemaal omlaag. Ik haal een stuk lijn binnen en ja hoor, er zit een flinke vis aan. We laten de zeilen wat vieren en we varen nog zo'n 4 knopen. Paula haalt de gaff (stok met grote haak) te voorschijn om de vis binnen te halen. Het is een Kingfish van 125 cm. en deze spartelt gelukkig niet veel tegen bij het binnenhalen.
 
            De centimer wijst 125 cm aan van kop tot staart.

We snijden er een paar flinke filets af en gooien de rest terug in zee. Er hangt al een meeuw boven, maar deze vis is toch echt te groot voor hem. Voor de hier aanwezige haaien is het een makelijke maaltijd.


Van het traject naar Chesapeake Bay zijn zeer gedetaileerde stroomkaarten (RTOFS: Real Time Ocean Forecast System) beschikbaar. Van het golfstrooomgebied zelfs met een resolutie van 0.05 x 0.06 graden. Deze zijn via de SSB te downloaden. Het loont de moeite om een slingerkoers te varen. Een knoop stroom mee of tegen, maakt behoorlijk uit in je grondsnelheid. In het kaartje hieronder zie je hoe we eenvoudig 1-2 knopen sneller varen door de juiste stroom te kiezen. Een geel pijltje is 1.2 kn en blauw 0.5 kn.
 
       Door de rode koers te volgen gaan we sneller dan de rechte zwarte lijn.

De koerslijn in het plaatje is 200 nm. Een snelheidswinst van 1.0 knoop staat gelijk aan 7 uur tijdwinst.

De wind is toegenomen en we schieten door het water met ruim 7 knopen. De laatste 2 dagen wordt er windstilte en tegenwind verwacht. We sturen daarom naar de golfstroom. De golfstroom is een warmwaterrivier die met 2-3 kn langs de kust naar het noorden stroomt. Als we voor de windstilte de golfstroom bereiken kunnen we als op een lopende band makkelijk het laatste stuk varen.

    
     We haasten ons naar het 'rollend tapijt', de golfstroom.

's Middags neemt de wind toe tot 30 knopen en draait naar het noordoosten. Volgens het weerbericht hebben we zuidoosten wind van 15 knopen. In de nacht schrik ik wakker, Bermuda Radio roept via de marifoon op kanaal 16 een zeiljacht op voor begeleiding naar de haven. Dat is vreemd want Bermuda Radio heeft slechts een bereik van 50 mijl en wij bevinden ons op zo'n 500 mijl afstand. Even later is het weer stil op de marifoon. Een paar uur later wordt ik weer wakker, de wind is naar het noordwesten gedraaid en we varen bijna weer terug naar waar we vandaan kwamen. We gaan overstag en zeilen een stuk de andere kant op. Na 2 uur draait de wind weer terug en gaan we weer op koers liggen. Voor de zekerheid haal ik nog even het laatste weerbericht op. Maar ook volgens dit weerbericht is er niks aan de hand en zouden we 15 knopen wind mee moeten hebben.

           Ons nachtelijk avontuur in de Bermuda driehoek.

Bij het ochtendgloren haal ik weer de nieuwste weerberichten op. Nu staat er opeens een lagedrukgebied ingetekend, dat eerder nog niet voorspeld was. Zo wordt het achteraf weer kloppend gemaakt. We hebben wel 3 uur tijd verspeeld met deze rare slinger.

De laatste twee dagen van de oversteek hebben we tegenwind of geen wind. We dreigen nu midden in de nacht in Norfolk aan te komen. 's Nachts varen wedoor de haven van Norfolk en zien we de vliegdekschepen van de US Navy liggen. In een van de rivierarmen, Elisabeth River,komen we ,s morgens om 6 uur aan en laten het anker zakken. We gaan direct te kooi en slapen een gat in de dag.

<< terug                       logboek              volgende >>



Stempel Panoramix.