| home | boat | crew | contact | translate site
 

voorbereiding

planning

projecten

links/foto's

wensenlijst

de route

logboek/pech

zeilen vertrekkers

  Panoramix wereldreis | logboek 66

Oversteek Florida - Portugal :

Op donderdag 30 april vertrekken we met goede westenwind naar de Bahama's. At wilde graag een AIS ontvanger om tijdens de oversteek te raadplegen. We hebben daarvoor een extra antenne gekocht en die achterop de Panoramix gemonteerd. Samen met een aangepaste Uniden scanner levert de AIS mooi plaatjes op van de schepen om je heen die een AIS zender hebben. Grote zeeschepen zijn verplicht om AIS signalen uit te zenden. Het idee is dat de radar dan uit kan blijven tijdens de oversteek en dat we de schepen netjes op de AIS zien. De AIS waarschuwt ook als de schepen te dichtbij dreigen te komen of op aanvaringskoers. Na een uur zeilen kijk ik eens naar voren en daar nadert een groot containerschip op nog geen halve mijl afstand. Zal je altijd zien dat het eerste schip dat we op zee tegenkomen geen AIS signaal uitzendt. Later komen we nog wat grote zeeschepen tegen en die verschijnen wel allemaal netjes op de AIS.

  
 Plaatje van de AIS met schepen.        Onze ankerplaats op de Bahamas.

Na zonsondergang varen we de Bahamas bank op. Hier is het slechts zo'n 5 meter diep. Gelukkig zijn er geen riffen of koraalkoppen op dit stuk zodat we in het donker door kunnen varen. 's Ochtends om 6 uur komen we aan op de ankerplaats en gaan even een tukje doen. Als we wakker worden, gaan we wat zwemmen en snorkelen. Het water is heerlijk 25 graden. De volgende dag gaan we de omgeving verkennen en ontmoeten zo een Amerikaan die alleen op zijn bootje hier rondtoert. De komende vier dagen is er harde oostenwind voorspeld en is een beschutte ankerplaats onontbeerlijk. We vullen onze dagen met zwemmen, kleine klusjes, zonnen, pannenkoeken bakken, lezen en gewoon luieren. Na twee dagen draait de wind nog iets en liggen we niet meer rustig op onze plek. We gaan 12 mijl zuidelijker naar een mooi omsloten baai die wel helemaal beschut is. We krijgen nog een dag met heel veel regen. De bijboot is half volgelopen zo veel is er gevallen. Als we de volgende morgen zijn opgestaan, merken we dat de wind gaat draaien. Wat eerder dan voorspeld, gaat de westenwind waaien en na het ontbijt lichten we het anker en gaan op weg naar Bermuda.

  
 Bij de uitgang van de Bahamas vangt At nog twee flinke barracudas.

Om van de Bahamas weg te komen, moeten we eerst nog door een labyrinth van riffen en ondieptes. Maar dan is er de oceaan en hebben we ruimte en diepte genoeg (tot wel 5km diep). Het is woensdag 6 mei en verwachten over een week aan te komen op Bermuda. De eerste twee dagen hebben we harde westenwind (windkracht 6). We gebruiken die om een stuk noordelijker van onze route uit te komen, omdat er daarna 6 dagen met lichte zuidenwind volgen. Voor de zeilers onder ons: met lichte wind kun je op de oceaan beter hoog aan de wind zeilen om snelheid en comfort te houden. Dagelijks volgen we de weerberichten en ons plan lijkt te slagen. Vrijdag 8 mei zijn we al zo'n 300 mijl onderweg (van de 770 mijl). At en ik proberen een visje voor het avondeten te vangen, maar vangen tot nog toe slechts drijvend wier. Als we om 7 uur een besluit moeten nemen over gekookte eieren bij de salade, treffen we bij het inrollen van de vislijn een uitgeputte bonito aan. Omdat het beestje niet al te groot is, hebben we hem niet opgemerkt. En zo eindigt de bonito dan tot ons genoegen een kwartier later op ons bord. Heerlijk...!

 
 Voor ons allebei een halve in roomboter gebakken bonito.

De wind is inmiddels zuid en flink afgezwakt. Onze taktiek werkt en we kunnen met 6 knopen snelheid goed verder zeilen. We vissen alle dagen, maar vangen niets meer. Is de oceaan dan werkelijk leeggevist? Of bakken wij er niks van? Op deze route stroomt de oceaan met zo'n halve knoop noordwaarts. Dat betekent dat we in een week ruim 150 mijl (is 300 km) naar het noorden worden gezet. Om toch in Bermuda uit te komen, moeten we dus flink bijsturen. Vroeger was dit fenomeen niet bekend en raakten heel wat schepen de weg kwijt. Nu met onze GPS (satelietnavigatie) is er geen kunst meer aan. Je stuurt gewoon op de kaart waar je naar toe wilt.

  
 Onderweg zelfgebakken krentenbrood. Mooi huis in St. George (Bermuda)

Dinsdag 12 mei is het dan zover en krijgen we Bermuda in zicht. Op een hele correcte Engelse wijze worden we ingeklaard bij de immigratie en de douane. Het eiland oogt erg Brits, maar is verder een gewoon Caribisch eiland. Wij liggen voor anker bij het dorpje St.George. Dit dorpje is het best bewaard gebleven en doet erg Engels aan. We kijken even in de supermarkt en zien dat de prijzen anderhalf tot tweemaal zo hoog zijn als in de USA. Omdat we dit van te voren wisten, hebben al flink ingekocht in Palm Beach. Nu hoeven we alleen wat eieren, groenten en vlees te kopen, zodat ons budget beperkt kan blijven. Wel trakteren we onszelf op een lekkere hamburger met frietjes voor €15!

 
 Plein in de hoofdstad Hamilton met een typische Britse uitstraling.

De hoofdstad Hamilton is per bus bereikbaar. We gaan er een middagje naar toe, maar vinden het niet erg interessant. Voor de cruiseschip passagiers is het een kopie van vele andere Caribische bestemmingen. Met veel souvernir-, diamanten-, horloge-, drank en andere dure winkels. Er liggen hier veel zeilers die op weg zijn naar Europa, waaronder 4 Nederlandse schepen. We raken aan de praat en wisselen verhalen en ervaringen uit. Vrijdag 15 mei is het weerbericht goed en vertrekken At en Pim voor het 1800 mijl (is 3240 km) lange traject naar de Azoren. Een tocht van zo'n 15 dagen.

Net voor we vertrekken, raakt onze laatste gastank leeg. De gastanks zijn nog van campinggaz en dat is hier niet te krijgen. We raken aan de praat met Elsa en Jaap op hun boot Sark uit Marken. Zij hebben een gastankje, dat we kunnen overnemen. Tja, we willen nog wel graag koken onderweg. Vanaf de Azoren is campinggaz weer verkrijgbaar en lost het probleem zich vanzelf op.

We vertrekken met flinke noordenwind en moeten weer even inslingeren de eerste dag. We houden de eerste dagen nog deze wind en schieten daardoor goed op. Op de vierde dag zullen we worden ingehaald door een depressie (lagedruk gebied) met een hoop wind, windkracht 7-8. Op een tocht van 15 dagen is het nu eenmaal onvermijdelijk dat er een keer een depressie overkomt. Maar deze depressie staat al in de weerkaarten en ligt best wel gunstig. Om de harde wind te vermijden, sturen we de Panoramix naar het oog van de depressie. In het oog zelf is het windstil, maar net eronder zit de wind die wij willen hebben. We sturen al twee dagen van tevoren 50 mijl zuidelijker van de route om goed uit te komen. Op maandagmiddag trekt het oog over ons heen en lijkt ons plan te slagen.

 

Na de passage van het oog, sturen we weer noordelijker en komen zo weer op de optimale route uit. Net achter deze depressie is een nieuwe depressie geboren. Deze is echter nog zo jong dat er geen harde wind in zit. We varen 24 uur in wind van 22 knopen en schieten flink op. Daarna houdt de wind op en moeten we 24 uur op de motor varen. Het blijkt dat de depressie oplost in meerdere kleinere en daarmee verdwijnt ook de wind. Op donderdag 21 mei komt de wind met 10 knopen van achteren. Ondanks de lage snelheid van de Panoramix (3 knopen = tempo van stevig doorwandelen), zeilen we toch maar. We hebben nog 1100 mijl te gaan naar de Azoren en willen niet te snel door onze dieselvoorrad raken. We hebben gelukkig stroom mee en gaan daardoor alsnog 5 knopen (tempo hollen of langzaam fietsen) over de grond. Na twee dagen draait de wind naar zuid en kunnen we weer heerlijk zeilen. We schieten nu flink op.

 
 Vijf schepen, 600 mijl achter ons, die meedoen aan het radionet.

Er is op dit traject een radionetje van een stel Nederlandse boten. Twee keer per dag geeft iedereen zijn positie door en vertelt eventuele bijzonderheden. Zo heb je het gevoel dat je niet helemaal alleen op de oceaan zit. Hoewel we niets anders zien dan een horizon van water!

 
 Een Man-o-war kwal (of Portugees oorlogsschip) met lange slierten eronder.

Af en toe zien we een paar dolfijnen. Ze blijven echter niet bij de boot. Ze nemen even een kijkje en zwemmen dan snel door. Wel zien we veel kwallen, Portugese oorlogsschepen. Ze lijken op een boterhamzakje dat op het water drijft. De kwal heeft zo een opgeblazen zeiltje, waarme deze zich voortbeweegt. Je moet ze niet beetpakken, want ze zijn zeer giftig! Als At op een avond in het donker de vislijn binnen haalt, blijkt er zo'n kwal aan de haak te hangen. At zag het pas toen ik er een zaklamp bijhaalde! De volgende dag ziet At een walvis op 300 meter afstand. At roept mij aan dek om te kijken. Het beest besluit echter een nieuwe recordpoging, onder water blijven, te doen. We turen een half uur de zee af, maar zien niets meer.

 
 Onderweg zonnig weer met heel veel horizon!

Dinsdag worden we vroeg wakker van wat getik tegen de boot. Wat kan dat nu zijn zo midden op de oceaan? We kijken rondom de boot maar zien niks. Dan nemen we de zeilen weg en laten de Panoramix een stukje achteruit dobberen. En dan komt er ineens een boei aan een stuk touw te voorschijn. De boei lijkt echter vast te zitten in de schroef, want met trekken aan de lijn komt de zaak niet los. Nu heb ik een knip installatie bij mijn schroef zitten en ik besluit om hiermee de lijnen door te knippen. Ik start de motor en zet deze in zijn vooruit. De motor slaat af. Nogmaals starten en nu in zijn achteruit. De motor blijft nu lopen en er komen allemaal stukjes touw bovendrijven. En dan komt er nog een boei te voorschijn. Het waren dus twee boeien die met een lijn aan elkaar vastzaten. De knipper op de schroefas heeft zijn werk gedaan en we kunnen weer verder zeilen.

 
 Tijdens een windstille dag maken we water en doen een wasje.

Op donderdag 28 mei horen we via het radionet dat een van de schepen, Organa, een stag gebroken heeft. Een stag is een staaldraad die de mast overeind houdt. Van alle kanten krijgen ze hulp en tips. Ook van de Panoramix krijgen de Organa een email met allerlei tips om het probleem op te lossen. Een paar keer per dag is er een extra radionet om de voortgang te bespreken. Zelfs de kustwacht is ingeschakeld om standby te zijn ingeval de problemen verergeren.

Als ik 's avonds, voor ik ga slapen, naar buiten kijk, zie ik in de verte de lichten van een groot schip dat naar ons toe komt. Er is weinig wind, dus ik kan niet zo snel manouvreren. Op de AIS is niets te zien. Dan maar de radar aan. Op de radar zie ik dat we wel heel dicht bij elkaar komen, en op anderhalve mijl afstand besluit ik de kapitein op te roepen. De kapitein denkt dat ik voorlangs wil passeren. Nou dat was dus niet mijn plan. Ik vraag de kapitein om 10 graden naar stuurboord uit te wijken. Ineens neemt de wind toe en draait wat. Nu kan ik veilig van de aanvaringsroute wegsturen. Samen met de uitwijkmanouvre van de tanker, passeren we elkaar op een 0,4 mijl afstand. Eind goed al goed!

  
 Even een controlefoto van de schroef en daarna snijdt At de boel los.

We komen 2 dagen voor Horta nog in een windstilte terecht. Dat wordt dus motoren. Omdat de zee nu mooi vlak is, kunnen we gelijk de schroef even controleren of al het touw van de boeien eraf is. Ik steek mijn hand in het water met de fotocamera en maak een foto. Er blijkt toch nog wat touw aan te zitten en At wil het er wel vanaf snijden. Het water is hier 16 graden, dus best wel fris. We kijken goed of er geen man-o-war kwallen in de buurt zijn. Dan neemt At een paar keer een duik en snijdt de resten touw van de schroef af. At is de held van de dag. We maken de hele dag water, doen de was en bakken 's middags lekkere pannenkoeken.

Op maandagmorgen komen we aan in Horta. We gaan naar de kant en klaren in.

<< terug                       logboek              volgende >>



Stempel Panoramix.